Uitgebreide collectie schilderijen 19e, 20e en 21e eeuw Taxaties Restauraties In- en verkoop      


Verzameling Archief V tot/met Z

Diverse kunstenaars archief, Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale opnieuw, geboeid door het schitterend palet; hoe de schilder op virtuoze wijze de natuurlijkheid van onderwerpen aanschouwelijk op het doek doet herleven. Met vlotte, frisse penseelstreken, verfijnd uitvloeiend, tot in de kleinste details, plaatst Veenstra op elk schilderwerk een, treffend tafereel dat bijeen ieder esthetische gevoelens, gevoelens wekt.




Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale 
Hij werd geboren op 11 april 1957 te Workum. Een pittoresk havenstadje gelegen aan de voormalige Zuiderzee. Al spoedig verhuisde het gezin naar Witmarsum, een aardig dorp midden in het weidegebied, onder de rook van Bolsward, dat vroeger als Hanzestad aan de Middelzee een bruisend centrum van handel en kunst was, getuige nog de historische gevels en het bezienswaardige stadhuis.

Op prille leeftijd onderscheidde hij zich reeds van zijn tijdgenoten door met houtskool of potlood de natuur in zijn zienswijze zo te schetsen, dat onmiskenbaar het geboren talent zich manifesteerde. Naarmate de jaren telden en Gert Jan de finesses van het tekenen beheerste kwam onvermijdelijk de drang al dit schoons in kleur vast te leggen.

Deze ingrijpende verandering in techniek, het zoeken naar de juiste lichtval en kleurschakeringen vergde             


 

veel oefening en studie. Door veelvuldig museabezoek en advies van collega's groeide Veenstra als kunstenaar en ontwikkelde hij een levendige schildertrant, aansluitend op het nostalgische werk van beroemde meesters uit voorgaande eeuwen.

Bij elke gelegenheid die zich voordoet vindt men de schilder met schetsboek waarnemend in de vrije natuur. Het uitbeelden van het Hollandse landschap en stadsgezicht, met de steeds wisselende elementen, eist nauwlettend aandacht en inzicht.
Veenstra weet met vakbekwame aanpak op aangrijpende compositorische wijze op het linnen te vereeuwigen de in herfstkleuren getooide bomen afstekend tegen jagende wolken, het serene licht van doorschijnende vederwolkjes op een lentemorgen, de grillig gevormde witte scheuren in een bevroren ijsvloer oplichtend in een warm uitstralende gloed vanuit het vensterraam van een besneeuwde boerderij of de dreigende stilte voor een naderend onweer met het aanstormende regengordijn.

Als men de passende kleurdetaillering in de vanuit de voorgrond weglopende slagschaduwen ziet of contrasterend met de in zachte tinten geschilderde contouren van bomen en boerderijtjes weerspiegelend en ineenvloeiend met het kabbelend water, wordt men getroffen door de enorme dieptewerking en betrokkenheid van de schilder, die hiermee zijn gevoelens en verbondenheid met de natuur op een realistische wijze vastlegt. Daarom is zijn werk zo gezocht, niet allen in eigen regio,maar ook ver daarbuiten.Zozal menig schilderij van Gert
Jan Veenstra nog de grens overgaan.

Diverse kunstenaars archief, Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale opnieuw, geboeid door het schitterend palet; hoe de schilder op virtuoze wijze de natuurlijkheid van onderwerpen aanschouwelijk op het doek doet herleven. Met vlotte, frisse penseelstreken, verfijnd uitvloeiend, tot in de kleinste details, plaatst Veenstra op elk schilderwerk een, treffend tafereel dat bijeen ieder esthetische gevoelens, gevoelens wekt.




Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale 
Hij werd geboren op 11 april 1957 te Workum. Een pittoresk havenstadje gelegen aan de voormalige Zuiderzee. Al spoedig verhuisde het gezin naar Witmarsum, een aardig dorp midden in het weidegebied, onder de rook van Bolsward, dat vroeger als Hanzestad aan de Middelzee een bruisend centrum van handel en kunst was, getuige nog de historische gevels en het bezienswaardige stadhuis.

Op prille leeftijd onderscheidde hij zich reeds van zijn tijdgenoten door met houtskool of potlood de natuur in zijn zienswijze zo te schetsen, dat onmiskenbaar het geboren talent zich manifesteerde. Naarmate de jaren telden en Gert Jan de finesses van het tekenen beheerste kwam onvermijdelijk de drang al dit schoons in kleur vast te leggen.

Deze ingrijpende verandering in techniek, het zoeken naar de juiste lichtval en kleurschakeringen vergde             


 

veel oefening en studie. Door veelvuldig museabezoek en advies van collega's groeide Veenstra als kunstenaar en ontwikkelde hij een levendige schildertrant, aansluitend op het nostalgische werk van beroemde meesters uit voorgaande eeuwen.

Bij elke gelegenheid die zich voordoet vindt men de schilder met schetsboek waarnemend in de vrije natuur. Het uitbeelden van het Hollandse landschap en stadsgezicht, met de steeds wisselende elementen, eist nauwlettend aandacht en inzicht.
Veenstra weet met vakbekwame aanpak op aangrijpende compositorische wijze op het linnen te vereeuwigen de in herfstkleuren getooide bomen afstekend tegen jagende wolken, het serene licht van doorschijnende vederwolkjes op een lentemorgen, de grillig gevormde witte scheuren in een bevroren ijsvloer oplichtend in een warm uitstralende gloed vanuit het vensterraam van een besneeuwde boerderij of de dreigende stilte voor een naderend onweer met het aanstormende regengordijn.

Als men de passende kleurdetaillering in de vanuit de voorgrond weglopende slagschaduwen ziet of contrasterend met de in zachte tinten geschilderde contouren van bomen en boerderijtjes weerspiegelend en ineenvloeiend met het kabbelend water, wordt men getroffen door de enorme dieptewerking en betrokkenheid van de schilder, die hiermee zijn gevoelens en verbondenheid met de natuur op een realistische wijze vastlegt. Daarom is zijn werk zo gezocht, niet allen in eigen regio,maar ook ver daarbuiten.Zozal menig schilderij van Gert
Jan Veenstra nog de grens overgaan.

Diverse kunstenaars archief, Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale opnieuw, geboeid door het schitterend palet; hoe de schilder op virtuoze wijze de natuurlijkheid van onderwerpen aanschouwelijk op het doek doet herleven. Met vlotte, frisse penseelstreken, verfijnd uitvloeiend, tot in de kleinste details, plaatst Veenstra op elk schilderwerk een, treffend tafereel dat bijeen ieder esthetische gevoelens, gevoelens wekt.




Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale 
Hij werd geboren op 11 april 1957 te Workum. Een pittoresk havenstadje gelegen aan de voormalige Zuiderzee. Al spoedig verhuisde het gezin naar Witmarsum, een aardig dorp midden in het weidegebied, onder de rook van Bolsward, dat vroeger als Hanzestad aan de Middelzee een bruisend centrum van handel en kunst was, getuige nog de historische gevels en het bezienswaardige stadhuis.

Op prille leeftijd onderscheidde hij zich reeds van zijn tijdgenoten door met houtskool of potlood de natuur in zijn zienswijze zo te schetsen, dat onmiskenbaar het geboren talent zich manifesteerde. Naarmate de jaren telden en Gert Jan de finesses van het tekenen beheerste kwam onvermijdelijk de drang al dit schoons in kleur vast te leggen.

Deze ingrijpende verandering in techniek, het zoeken naar de juiste lichtval en kleurschakeringen vergde             


 

veel oefening en studie. Door veelvuldig museabezoek en advies van collega's groeide Veenstra als kunstenaar en ontwikkelde hij een levendige schildertrant, aansluitend op het nostalgische werk van beroemde meesters uit voorgaande eeuwen.

Bij elke gelegenheid die zich voordoet vindt men de schilder met schetsboek waarnemend in de vrije natuur. Het uitbeelden van het Hollandse landschap en stadsgezicht, met de steeds wisselende elementen, eist nauwlettend aandacht en inzicht.
Veenstra weet met vakbekwame aanpak op aangrijpende compositorische wijze op het linnen te vereeuwigen de in herfstkleuren getooide bomen afstekend tegen jagende wolken, het serene licht van doorschijnende vederwolkjes op een lentemorgen, de grillig gevormde witte scheuren in een bevroren ijsvloer oplichtend in een warm uitstralende gloed vanuit het vensterraam van een besneeuwde boerderij of de dreigende stilte voor een naderend onweer met het aanstormende regengordijn.

Als men de passende kleurdetaillering in de vanuit de voorgrond weglopende slagschaduwen ziet of contrasterend met de in zachte tinten geschilderde contouren van bomen en boerderijtjes weerspiegelend en ineenvloeiend met het kabbelend water, wordt men getroffen door de enorme dieptewerking en betrokkenheid van de schilder, die hiermee zijn gevoelens en verbondenheid met de natuur op een realistische wijze vastlegt. Daarom is zijn werk zo gezocht, niet allen in eigen regio, maar ook ver daar buiten. Zo zal menig schilderij van Gert
Jan Veenstra nog de grens overgaan.

Diverse kunstenaars archief, Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale opnieuw, geboeid door het schitterend palet; hoe de schilder op virtuoze wijze de natuurlijkheid van onderwerpen aanschouwelijk op het doek doet herleven. Met vlotte, frisse penseelstreken, verfijnd uitvloeiend, tot in de kleinste details, plaatst Veenstra op elk schilderwerk een, treffend tafereel dat bijeen ieder esthetische gevoelens, gevoelens wekt.




Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale 
Hij werd geboren op 11 april 1957 te Workum. Een pittoresk havenstadje gelegen aan de voormalige Zuiderzee. Al spoedig verhuisde het gezin naar Witmarsum, een aardig dorp midden in het weidegebied, onder de rook van Bolsward, dat vroeger als Hanzestad aan de Middelzee een bruisend centrum van handel en kunst was, getuige nog de historische gevels en het bezienswaardige stadhuis.

Op prille leeftijd onderscheidde hij zich reeds van zijn tijdgenoten door met houtskool of potlood de natuur in zijn zienswijze zo te schetsen, dat onmiskenbaar het geboren talent zich manifesteerde. Naarmate de jaren telden en Gert Jan de finesses van het tekenen beheerste kwam onvermijdelijk de drang al dit schoons in kleur vast te leggen.

Deze ingrijpende verandering in techniek, het zoeken naar de juiste lichtval en kleurschakeringen vergde             


 

veel oefening en studie. Door veelvuldig museabezoek en advies van collega's groeide Veenstra als kunstenaar en ontwikkelde hij een levendige schildertrant, aansluitend op het nostalgische werk van beroemde meesters uit voorgaande eeuwen.

Bij elke gelegenheid die zich voordoet vindt men de schilder met schetsboek waarnemend in de vrije natuur. Het uitbeelden van het Hollandse landschap en stadsgezicht, met de steeds wisselende elementen, eist nauwlettend aandacht en inzicht.
Veenstra weet met vakbekwame aanpak op aangrijpende compositorische wijze op het linnen te vereeuwigen de in herfstkleuren getooide bomen afstekend tegen jagende wolken, het serene licht van doorschijnende vederwolkjes op een lentemorgen, de grillig gevormde witte scheuren in een bevroren ijsvloer oplichtend in een warm uitstralende gloed vanuit het vensterraam van een besneeuwde boerderij of de dreigende stilte voor een naderend onweer met het aanstormende regengordijn.

Als men de passende kleurdetaillering in de vanuit de voorgrond weglopende slagschaduwen ziet of contrasterend met de in zachte tinten geschilderde contouren van bomen en boerderijtjes weerspiegelend en ineenvloeiend met het kabbelend water, wordt men getroffen door de enorme dieptewerking en betrokkenheid van de schilder, die hiermee zijn gevoelens en verbondenheid met de natuur op een realistische wijze vastlegt. Daarom is zijn werk zo gezocht, niet allen in eigen regio,maar ook ver daarbuiten.Zozal menig schilderij van Gert
Jan Veenstra nog de grens overgaan.

Diverse kunstenaars archief, Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale opnieuw, geboeid door het schitterend palet; hoe de schilder op virtuoze wijze de natuurlijkheid van onderwerpen aanschouwelijk op het doek doet herleven. Met vlotte, frisse penseelstreken, verfijnd uitvloeiend, tot in de kleinste details, plaatst Veenstra op elk schilderwerk een, treffend tafereel dat bijeen ieder esthetische gevoelens, gevoelens wekt.




Wie het voorrecht heeft een kunstwerk van de Friese schilder Gert Jan Veenstra te bezitten, wordt telkenmale 
Hij werd geboren op 11 april 1957 te Workum. Een pittoresk havenstadje gelegen aan de voormalige Zuiderzee. Al spoedig verhuisde het gezin naar Witmarsum, een aardig dorp midden in het weidegebied, onder de rook van Bolsward, dat vroeger als Hanzestad aan de Middelzee een bruisend centrum van handel en kunst was, getuige nog de historische gevels en het bezienswaardige stadhuis.

Op prille leeftijd onderscheidde hij zich reeds van zijn tijdgenoten door met houtskool of potlood de natuur in zijn zienswijze zo te schetsen, dat onmiskenbaar het geboren talent zich manifesteerde. Naarmate de jaren telden en Gert Jan de finesses van het tekenen beheerste kwam onvermijdelijk de drang al dit schoons in kleur vast te leggen.

Deze ingrijpende verandering in techniek, het zoeken naar de juiste lichtval en kleurschakeringen vergde             


 

veel oefening en studie. Door veelvuldig museabezoek en advies van collega's groeide Veenstra als kunstenaar en ontwikkelde hij een levendige schildertrant, aansluitend op het nostalgische werk van beroemde meesters uit voorgaande eeuwen.

Bij elke gelegenheid die zich voordoet vindt men de schilder met schetsboek waarnemend in de vrije natuur. Het uitbeelden van het Hollandse landschap en stadsgezicht, met de steeds wisselende elementen, eist nauwlettend aandacht en inzicht.
Veenstra weet met vakbekwame aanpak op aangrijpende compositorische wijze op het linnen te vereeuwigen de in herfstkleuren getooide bomen afstekend tegen jagende wolken, het serene licht van doorschijnende vederwolkjes op een lentemorgen, de grillig gevormde witte scheuren in een bevroren ijsvloer oplichtend in een warm uitstralende gloed vanuit het vensterraam van een besneeuwde boerderij of de dreigende stilte voor een naderend onweer met het aanstormende regengordijn.

Als men de passende kleurdetaillering in de vanuit de voorgrond weglopende slagschaduwen ziet of contrasterend met de in zachte tinten geschilderde contouren van bomen en boerderijtjes weerspiegelend en ineenvloeiend met het kabbelend water, wordt men getroffen door de enorme dieptewerking en betrokkenheid van de schilder, die hiermee zijn gevoelens en verbondenheid met de natuur op een realistische wijze vastlegt. Daarom is zijn werk zo gezocht, niet allen in eigen regio,maar ook ver daarbuiten.Zozal menig schilderij van Gert
Jan Veenstra nog de grens overgaan.


722100 G.J. Veenstra


722101 G.J. Veenstra


722102 G.J. Veenstra


722103 G.J. Veenstra


722104 G.J. Veenstra

Diverse kunstenaars archief, Veger, Hermanus Johannes (

Diverse kunstenaars archief, Veger, Hermanus Johannes (

Diverse kunstenaars archief, Velde(n), Petrus van der Velde, geboren op 5 mei 1837 te Rotterdam en overleden in 1915 te Christchurch (Nieuw Zeeland). Werkte in Rotterdam tot 1868, Berlijn tot 1869, Dordrecht 1870, Rotterdam van 1870-1874, Den Haag, Wassenaar tot 1884, van ca. 1892 af in Nieuw Zeeland. Leerling van de Rotterdamse en Berlijnse Akademies voor beeldene kunstenaars. Vormde zich verder zelf. Interieur- en figuurschilder, tevens steentekenaar en steendrukker. Gaf les aan D.J.R.Jordens, S. Robertson en G.G. Schenk.
Zijn werk is vertegenwoordigd in diverse musea n.l.: Museum Boymans van Beuningen te Rotterdam, Museum te Groningen, Museum Dordrecht, Rijksmuseum Amsterdam, Haags Gemeentemuseum, etc.

Diverse kunstenaars archief, Veneman, J. Veneman, Johannes, Hans, Han Veneman is geboren in Den Ham (Gem. Vriezenveen) op 19 augustus 1939 en is overleden op 6 februari 1991 te Enschede. Hij woonde en werkte in Almelo, Groningen, Amsterdam, Antwerpen en als laatste in Almelo.
Han Veneman was leerling van de Akademie voor Kunst en Industrie te Enschede.
Hij was een bekend beeldhouwer en kunstschilder. Kunstrichting: nieuw-realisme. Han Veneman was lid van de B.B.K. te Amsterdam. Exposities in div. musea in Nederland.

Diverse kunstenaars archief, Veneman, J. Veneman, Johannes, Hans, Han Veneman is geboren in Den Ham (Gem. Vriezenveen) op 19 augustus 1939 en is overleden op 6 februari 1991 te Enschede. Hij woonde en werkte in Almelo, Groningen, Amsterdam, Antwerpen en als laatste in Almelo.
Han Veneman was leerling van de Akademie voor Kunst en Industrie te Enschede.
Hij was een bekend beeldhouwer en kunstschilder. Kunstrichting: nieuw-realisme. Han Veneman was lid van de B.B.K. te Amsterdam. Exposities in div. musea in Nederland.


722200 H.J. Veger


722201 H.J. Veger


722220 Petrus van der Velde


722250 Han Veneman


722251 Han Veneman

Diverse kunstenaars archief, Veneman, J. Veneman, Johannes, Hans, Han Veneman is geboren in Den Ham (Gem. Vriezenveen) op 19 augustus 1939 en is overleden op 6 februari 1991 te Enschede. Hij woonde en werkte in Almelo, Groningen, Amsterdam, Antwerpen en als laatste in Almelo.
Han Veneman was leerling van de Akademie voor Kunst en Industrie te Enschede.
Hij was een bekend beeldhouwer en kunstschilder. Kunstrichting: nieuw-realisme. Han Veneman was lid van de B.B.K. te Amsterdam. Exposities in div. musea in Nederland.

Diverse kunstenaars archief, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Diverse kunstenaars archief, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Diverse kunstenaars archief, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Diverse kunstenaars archief, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.


722252 Han Veneman


722300 Andries Verleur


722301 Andries Verleur


722302 Andries Verleur


722303 Andries Verleur

Diverse kunstenaars archief, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Diverse kunstenaars archief, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Diverse kunstenaars archief, Kees Verwey maakte in de 20e eeuw naam als kunstschilder, aquarellist en tekenaar. Daarnaast stond hij bekend om zijn koppige, dwarse persoonlijkheid. 

Verwey werd geboren in Haarlem, in een familie van schilders, dichters en architecten, en geldt als een ware vertegenwoordiger van de school van de klassieken, maar met een eigen ‘twist’. Zijn thema’s bestaan uit kleur en vorm, bloemen en verval, vrouwen, objecten en materie, allen geschilderd in zijn studio aan het Spaarne onder constant wisselende lichtval en sfeer. 

Verwey werd 95 jaar oud en zijn werk omspant daarmee bijna een eeuw, wat een extra lading geeft aan zijn oeuvre. Zijn baldadige, soms driftig opvliegende persoonlijkheid en zijn weigering om te buigen voor welke trend of stroming ook, geven zijn werk een volstrekt uniek karakter. Overduidelijk is dat Verwey tot volle glorie komt in zijn portretten van vrouwen, zijn atelierstukken en bloemaquarellen in immer veranderende kleuren en composities.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722304 Andries Verleur


722305 Andries Verleur


722370 Kees Verwey


722400 Ben Viegers


722401 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722402 Ben Viegers


722403 Ben Viegers


722404 Ben Viegers


722405 Ben Viegers


722406 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers was born1886, in The Hague, died 1947 in Nunspeet. 
Painter of landscapes,landscape with figures,, waterscapes, urban landscapes 
and harbourscenes.
It wasonly in 1989 that the works of Viegers, a painter of typical Dutch scenes, 
appeared in the auction rooms. In 2001 a retrospective of this output was held at 
the Stedelijk Museum in Zwolle.


722407 Ben Viegers


722408 Ben Viegers


722409 Ben Viegers


722410 Ben Viegers


722411 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722412 Ben Viegers


722413 Ben Viegers


722414 Ben Viegers


722415 Ben Viegers


722416 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722417 Ben Viegers


722418 Ben Viegers


722419 Ben Viegers


722420 Ben Viegers


722421 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722422 Ben Viegers


722423 Ben Viegers


722424 Ben Viegers


722425 Ben Viegers


722426 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722427 Ben Viegers


722428 Ben Viegers


722429 Ben Viegers


722430 Ben Viegers


722431 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722432 Ben Viegers


722433 Ben Viegers


722434 Ben Viegers


722435 Ben Viegers


722436 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722437 Ben Viegers


722438 Ben Viegers


722439 Ben Viegers


722440 Ben Viegers


722441 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722442 Ben Viegers


722443 Ben Viegers


722444 Ben Viegers


722445 Ben Viegers


722446 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722447 Ben Viegers


722448 Ben Viegers


722449 Ben Viegers


722450 Ben Viegers


722451 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722452 Ben Viegers


722453 Ben Viegers


722454 Ben Viegers


722455 Ben Viegers


722456 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722457 Ben Viegers


722458 Ben Viegers


722459 Ben Viegers


722460 Ben Viegers


722461 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722462 Ben Viegers


722463 Ben Viegers


722464 Ben Viegers


722465 Ben Viegers


722466 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


722467 Ben Viegers


722468 Ben Viegers


722469 Ben Viegers


722470 Ben Viegers


722471 Ben Viegers

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Diverse kunstenaars archief, Vierhout, Pieter Vierhout is geboren in 1957 te Almelo en ging vanaf zijn 
twaalfjarige leeftijd al samen met zijn vader (Leo Vierhout) er op uit om in de 
natuur schetsen te maken. Toen hij 17 was ging hij voor het eerst naar 
Frankrijk om samen met zijn vader te kunnen genieten van het zuidelijke 
landschap en de dorpsstraatjes die tot op heden nog steeds de overhand 
hebben in
zijn keuzes van onderwerpen. De strakke gebouwen gecontrasteerd met een 
prachtig zonlicht zijn op zich vrij strak van vorm opgezet, de manier van 
schilderen echter laat echter zien, dat de verf vrij pasteus is opgebracht, maar 
dan op een zodanige wijze dat de onderschildering een grote rol meespeelt. 
Het zijn geen gladde delen, maar met een rake structuur aangebracht om er 
een extra dimensie aan toe te voegen. Pieter Vierhout wil zich ergens aan 
vasthouden en werkt meestal naar de realiteit. Abstractie kan gedeeltelijk 
toegevoegd zijn, maar herkenning is voor hem een belangrijk punt. Deze 
kunstenaar wil bepalend zijn op het doek en zal zich daarom nooit verliezen in 
de abstracte schilderkunst. Zijn onderwerpen bestaan meestal uit mediterrane 
haventjes, het Zuid Franse landschap, rotspartijen aan de kust, zeegezichten 
en vooral oude bergstadjes met hun kronkelende stegen.

Diverse kunstenaars archief, Vierhout, Pieter Vierhout is geboren in 1957 te Almelo en ging vanaf zijn 
twaalfjarige leeftijd al samen met zijn vader (Leo Vierhout) er op uit om in de 
natuur schetsen te maken. Toen hij 17 was ging hij voor het eerst naar 
Frankrijk om samen met zijn vader te kunnen genieten van het zuidelijke 
landschap en de dorpsstraatjes die tot op heden nog steeds de overhand 
hebben in
zijn keuzes van onderwerpen. De strakke gebouwen gecontrasteerd met een 
prachtig zonlicht zijn op zich vrij strak van vorm opgezet, de manier van 
schilderen echter laat echter zien, dat de verf vrij pasteus is opgebracht, maar 
dan op een zodanige wijze dat de onderschildering een grote rol meespeelt. 
Het zijn geen gladde delen, maar met een rake structuur aangebracht om er 
een extra dimensie aan toe te voegen. Pieter Vierhout wil zich ergens aan 
vasthouden en werkt meestal naar de realiteit. Abstractie kan gedeeltelijk 
toegevoegd zijn, maar herkenning is voor hem een belangrijk punt. Deze 
kunstenaar wil bepalend zijn op het doek en zal zich daarom nooit verliezen in 
de abstracte schilderkunst. Zijn onderwerpen bestaan meestal uit mediterrane 
haventjes, het Zuid Franse landschap, rotspartijen aan de kust, zeegezichten 
en vooral oude bergstadjes met hun kronkelende stegen.

Diverse kunstenaars archief, Vierhout, Pieter Vierhout is geboren in 1957 te Almelo en ging vanaf zijn 
twaalfjarige leeftijd al samen met zijn vader (Leo Vierhout) er op uit om in de 
natuur schetsen te maken. Toen hij 17 was ging hij voor het eerst naar 
Frankrijk om samen met zijn vader te kunnen genieten van het zuidelijke 
landschap en de dorpsstraatjes die tot op heden nog steeds de overhand 
hebben in
zijn keuzes van onderwerpen. De strakke gebouwen gecontrasteerd met een 
prachtig zonlicht zijn op zich vrij strak van vorm opgezet, de manier van 
schilderen echter laat echter zien, dat de verf vrij pasteus is opgebracht, maar 
dan op een zodanige wijze dat de onderschildering een grote rol meespeelt. 
Het zijn geen gladde delen, maar met een rake structuur aangebracht om er 
een extra dimensie aan toe te voegen. Pieter Vierhout wil zich ergens aan 
vasthouden en werkt meestal naar de realiteit. Abstractie kan gedeeltelijk 
toegevoegd zijn, maar herkenning is voor hem een belangrijk punt. Deze 
kunstenaar wil bepalend zijn op het doek en zal zich daarom nooit verliezen in 
de abstracte schilderkunst. Zijn onderwerpen bestaan meestal uit mediterrane 
haventjes, het Zuid Franse landschap, rotspartijen aan de kust, zeegezichten 
en vooral oude bergstadjes met hun kronkelende stegen.


722472 Ben Viegers


722473 Ben Viegers


722480 Pieter Vierhout


722481 Pieter Vierhout


722482 Pieter Vierhout

Diverse kunstenaars archief, Vierhout, Pieter Vierhout is geboren in 1957 te Almelo en ging vanaf zijn 
twaalfjarige leeftijd al samen met zijn vader (Leo Vierhout) er op uit om in de 
natuur schetsen te maken. Toen hij 17 was ging hij voor het eerst naar 
Frankrijk om samen met zijn vader te kunnen genieten van het zuidelijke 
landschap en de dorpsstraatjes die tot op heden nog steeds de overhand 
hebben in
zijn keuzes van onderwerpen. De strakke gebouwen gecontrasteerd met een 
prachtig zonlicht zijn op zich vrij strak van vorm opgezet, de manier van 
schilderen echter laat echter zien, dat de verf vrij pasteus is opgebracht, maar 
dan op een zodanige wijze dat de onderschildering een grote rol meespeelt. 
Het zijn geen gladde delen, maar met een rake structuur aangebracht om er 
een extra dimensie aan toe te voegen. Pieter Vierhout wil zich ergens aan 
vasthouden en werkt meestal naar de realiteit. Abstractie kan gedeeltelijk 
toegevoegd zijn, maar herkenning is voor hem een belangrijk punt. Deze 
kunstenaar wil bepalend zijn op het doek en zal zich daarom nooit verliezen in 
de abstracte schilderkunst. Zijn onderwerpen bestaan meestal uit mediterrane 
haventjes, het Zuid Franse landschap, rotspartijen aan de kust, zeegezichten 
en vooral oude bergstadjes met hun kronkelende stegen.

Diverse kunstenaars archief, Vierhout, Pieter Vierhout is geboren in 1957 te Almelo en ging vanaf zijn 
twaalfjarige leeftijd al samen met zijn vader (Leo Vierhout) er op uit om in de 
natuur schetsen te maken. Toen hij 17 was ging hij voor het eerst naar 
Frankrijk om samen met zijn vader te kunnen genieten van het zuidelijke 
landschap en de dorpsstraatjes die tot op heden nog steeds de overhand 
hebben in
zijn keuzes van onderwerpen. De strakke gebouwen gecontrasteerd met een 
prachtig zonlicht zijn op zich vrij strak van vorm opgezet, de manier van 
schilderen echter laat echter zien, dat de verf vrij pasteus is opgebracht, maar 
dan op een zodanige wijze dat de onderschildering een grote rol meespeelt. 
Het zijn geen gladde delen, maar met een rake structuur aangebracht om er 
een extra dimensie aan toe te voegen. Pieter Vierhout wil zich ergens aan 
vasthouden en werkt meestal naar de realiteit. Abstractie kan gedeeltelijk 
toegevoegd zijn, maar herkenning is voor hem een belangrijk punt. Deze 
kunstenaar wil bepalend zijn op het doek en zal zich daarom nooit verliezen in 
de abstracte schilderkunst. Zijn onderwerpen bestaan meestal uit mediterrane 
haventjes, het Zuid Franse landschap, rotspartijen aan de kust, zeegezichten 
en vooral oude bergstadjes met hun kronkelende stegen.

Diverse kunstenaars archief, Vierhout, Pieter Vierhout is geboren in 1957 te Almelo en ging vanaf zijn 
twaalfjarige leeftijd al samen met zijn vader (Leo Vierhout) er op uit om in de 
natuur schetsen te maken. Toen hij 17 was ging hij voor het eerst naar 
Frankrijk om samen met zijn vader te kunnen genieten van het zuidelijke 
landschap en de dorpsstraatjes die tot op heden nog steeds de overhand 
hebben in
zijn keuzes van onderwerpen. De strakke gebouwen gecontrasteerd met een 
prachtig zonlicht zijn op zich vrij strak van vorm opgezet, de manier van 
schilderen echter laat echter zien, dat de verf vrij pasteus is opgebracht, maar 
dan op een zodanige wijze dat de onderschildering een grote rol meespeelt. 
Het zijn geen gladde delen, maar met een rake structuur aangebracht om er 
een extra dimensie aan toe te voegen. Pieter Vierhout wil zich ergens aan 
vasthouden en werkt meestal naar de realiteit. Abstractie kan gedeeltelijk 
toegevoegd zijn, maar herkenning is voor hem een belangrijk punt. Deze 
kunstenaar wil bepalend zijn op het doek en zal zich daarom nooit verliezen in 
de abstracte schilderkunst. Zijn onderwerpen bestaan meestal uit mediterrane 
haventjes, het Zuid Franse landschap, rotspartijen aan de kust, zeegezichten 
en vooral oude bergstadjes met hun kronkelende stegen.

Diverse kunstenaars archief, Vierhout, Pieter Vierhout is geboren in 1957 te Almelo en ging vanaf zijn 
twaalfjarige leeftijd al samen met zijn vader (Leo Vierhout) er op uit om in de 
natuur schetsen te maken. Toen hij 17 was ging hij voor het eerst naar 
Frankrijk om samen met zijn vader te kunnen genieten van het zuidelijke 
landschap en de dorpsstraatjes die tot op heden nog steeds de overhand 
hebben in
zijn keuzes van onderwerpen. De strakke gebouwen gecontrasteerd met een 
prachtig zonlicht zijn op zich vrij strak van vorm opgezet, de manier van 
schilderen echter laat echter zien, dat de verf vrij pasteus is opgebracht, maar 
dan op een zodanige wijze dat de onderschildering een grote rol meespeelt. 
Het zijn geen gladde delen, maar met een rake structuur aangebracht om er 
een extra dimensie aan toe te voegen. Pieter Vierhout wil zich ergens aan 
vasthouden en werkt meestal naar de realiteit. Abstractie kan gedeeltelijk 
toegevoegd zijn, maar herkenning is voor hem een belangrijk punt. Deze 
kunstenaar wil bepalend zijn op het doek en zal zich daarom nooit verliezen in 
de abstracte schilderkunst. Zijn onderwerpen bestaan meestal uit mediterrane 
haventjes, het Zuid Franse landschap, rotspartijen aan de kust, zeegezichten 
en vooral oude bergstadjes met hun kronkelende stegen.

Diverse kunstenaars archief, Vierhout, Pieter Vierhout is geboren in 1957 te Almelo en ging vanaf zijn 
twaalfjarige leeftijd al samen met zijn vader (Leo Vierhout) er op uit om in de 
natuur schetsen te maken. Toen hij 17 was ging hij voor het eerst naar 
Frankrijk om samen met zijn vader te kunnen genieten van het zuidelijke 
landschap en de dorpsstraatjes die tot op heden nog steeds de overhand 
hebben in
zijn keuzes van onderwerpen. De strakke gebouwen gecontrasteerd met een 
prachtig zonlicht zijn op zich vrij strak van vorm opgezet, de manier van 
schilderen echter laat echter zien, dat de verf vrij pasteus is opgebracht, maar 
dan op een zodanige wijze dat de onderschildering een grote rol meespeelt. 
Het zijn geen gladde delen, maar met een rake structuur aangebracht om er 
een extra dimensie aan toe te voegen. Pieter Vierhout wil zich ergens aan 
vasthouden en werkt meestal naar de realiteit. Abstractie kan gedeeltelijk 
toegevoegd zijn, maar herkenning is voor hem een belangrijk punt. Deze 
kunstenaar wil bepalend zijn op het doek en zal zich daarom nooit verliezen in 
de abstracte schilderkunst. Zijn onderwerpen bestaan meestal uit mediterrane 
haventjes, het Zuid Franse landschap, rotspartijen aan de kust, zeegezichten 
en vooral oude bergstadjes met hun kronkelende stegen.


722483 Pieter Vierhout


722484 Pieter Vierhout


722485 Pieter Vierhout


722486 Pieter Vierhout